Gemeente Leiderdorp

U bent hier: HomeBeleidsbegrotingParagrafenParagraaf 1: Lokale heffingen

Download als pdf

Zelf je pdf samenstellen

Geselecteerde pagina's: 0

Paragraaf 1: Lokale heffingen

Inleiding
Deze paragraaf geeft inzicht in de belastingen (volgens artikel 220 tot en met 228 van de Gemeentewet) en heffingen (volgens artikel 228a en 229 van de Gemeentewet) in Leiderdorp. Aan de orde komen de tariefontwikkelingen, de opbrengsten, de lokale lastendruk, de kostendekkendheid van belastingen en het kwijtscheldingsbeleid.

Inwoners van Leiderdorp dragen via de lokale belastingen en heffingen bij aan het welzijn, de leefbaarheid en de voorzieningen in hun dorp. De lokale belastingen en heffingen zijn een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke inkomsten.

We maken onderscheid tussen belastingen en heffingen of 'rechten'. Belastingen zijn verplichte bijdragen aan de gemeente waar geen directe tegenprestatie tegenover staat. Heffingen vraagt de gemeente als ze een van haar bezittingen ter beschikking stelt of als ze een dienst verleent aan een individu of onderneming. Ook leges vallen onder de heffingen. Dit zijn vergoedingen voor kosten die de gemeente maakt voor administratieve handelingen, zoals het geven van informatie en het verstrekken van vergunningen. We stellen de tarieven van de heffingen zo vast dat de verwachte baten de verwachte lasten niet overstijgen. Onder de lasten vallen ook toevoegingen aan voorzieningen voor noodzakelijke vervangingen van activa.

A.  Overzicht van de lokale heffingen
De Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) voert de belastingtaken - het opleggen en invorderen van de gemeentelijke belastingen - uit. Leiderdorp voert alleen lijkbezorgingsrechten en leges uit.

  1. onroerendezaakbelastingen (ozb) (artikel 220 t/m 220h Gemeentewet);
  2. precariobelasting (artikel 228 Gemeentewet);
  3. toeristenbelasting (artikel 224 Gemeentewet);
  4. rioolheffing (artikel 228a Gemeentewet);
  5. afvalstoffenheffing en reinigingsrechten (artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet);
  6. lijkbezorgingsrechten (artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet)
  7. leges (artikel 229, eerste lid aanhef en onderdeel a en b, Gemeentewet)

B.  Ontwikkelingen en actualiteit

Beperking van de woonlasten voor inwoners van Leiderdorp ­
De gemeenteraad heeft met motie 1 bij de financiële kadernota 2023-2026 het college o.a. opgeroepen om met voorstellen te komen hoe in de komende jaren de woonlasten voor de inwoners meerjarig kunnen worden beperkt. Ter uitvoering van deze motie stellen we voor om de stijging van de woonlasten, voor zover die wordt veroorzaakt door de gemeenten zelf, voor de komende drie jaar te compenseren. Wij kijken dan naar de OZB, de afvalstofffenheffing en de rioolheffing en maken daarbij onderscheid tussen de 1-persoons-, 2-persoons- en meerpersoonshuishoudens. Voor de compensatie voeren we een heffingskorting in op afvalstoffenheffing door een verlaging van de tarieven voor de verschillende huishoudens met resp. € 55, € 65 en € 75 voor drie jaar.

Kostendekkendheid
De paragraaf lokale lasten moet inzicht geven in de mate van kostendekkendheid van heffingen. De totale opbrengsten mogen immers niet hoger zijn dan de totale lasten. Het BBV schrijft voor hoe we dit moeten doen. Om de totale lasten te bepalen, rekenen we de overhead toe volgens de verdeelsleutel 'personele lasten per taakveld' zoals in de financiële verordening 2023 is vastgesteld.

De gemeente streeft naar kostendekkende tarieven voor de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Dat wil zeggen dat de opbrengsten de toerekenbare kosten volledig dekken. Daarbij streven we naar een dekkingsgraad van 95% tot 100%. Die marge hanteren we met het oog op de wettelijke bepaling dat tarieven niet meer dan kostendekkend mogen zijn. Relatief kleine wijzigingen in de lasten of baten kunnen bij een maximale dekkingsgraad van 100% onbedoeld leiden tot een verplichte aanpassing in de tarieven.

C. Beleid lokale heffingen (tarieven)

Algemeen
In het coalitieakkoord 2022-2026 staat dat de onroerende-zaakbelastingen alleen maar met meer dan de trend wordt verhoogd als ombuigingen nodig zijn en het niet verantwoord is om verder op het voorzieningenniveau te bezuinigen. Verder zijn de heffingen en leges in principe kostendekkend.

Volgens deze beleidslijn verhogen we de ozb, afvalstoffenheffing, rioolheffing, precariobelasting, toeristenbelasting en leges met de vastgestelde inflatiecorrectie van 6,1%. Waar nodig houden we rekening met de 100% dekkingsnorm en de wettelijke maximumtarieven. De definitieve tariefvaststelling vindt plaats in de raad van december 2022. Dan besluit de raad tot vaststelling van de geactualiseerde belastingverordeningen 2023.

Ozb
We verhogen de ozb-opbrengst in 2023 trendmatig. Wat dat betekent voor de hoogte van de tarieven is onder andere afhankelijk van de waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen. Voor de precieze ozb-tarieven voor woningen en niet-woningen gebruiken we de meest recente WOZ-waarden. Dat is dus na afronding van de WOZ-waarderingsprognoses.

Beleidsmatige ontwikkeling waardering onroerende zaken
Bewoners kunnen via www.wozwaardeloket.nl eenvoudig de WOZ-waarden van woningen in bijvoorbeeld hun straat of wijk opvragen en vergelijken. Zo krijgen ze meer inzicht in de waardeverhouding tussen de eigen woning en die van anderen. En kunnen ze de WOZ-waarde beter en eenvoudiger dan nu controleren. Een transparante WOZ-waarde draagt bij aan de kwaliteit, en daarmee de acceptatie, van deze waarde. Op termijn kan dit leiden tot minder bezwaar- en beroepschriften. In eerste instantie houden we echter rekening met een stijging van het aantal vragen en bezwaren.

Herwaardering onroerende zaken
De BSGR voert de jaarlijkse herwaardering van alle onroerende zaken in Leiderdorp uit. De waardepeildatum ligt één jaar voor het kalenderjaar waarop de waarde betrekking heeft. Dit betekent dat we voor de waardering 2023 uitgaan van de waarde van de onroerende zaken op 1 januari 2022. Dit is wettelijk zo bepaald.

Precariobelasting en toeristenbelasting
We verhogen de tarieven met 6,1%.

Rioolheffing
Het tarief voor de rioolheffing woningen berekenen we op basis van één, twee of meer dan tweepersoonshuishouden. Voor de niet-woningen gaan we uit van elke volle eenheid per m3 waterverbruik. In het Integraal Waterketenplan (IWKp) 2019-2023, dat de raad op 4 maart 2019 vaststelde, staat dat de tarieven per jaar 3% extra stijgen. Dit is nodig om ook in de toekomst de vervangingen van de riolering te kunnen betalen. Daarnaast geldt de 6,1% inflatiecorrectie.

In 2023 komt de dekkingsgraad uit op 95% en daarmee op hetzelfde niveau als in 2022 (95%). Dat betekent dat de wijziging van de verdeling van de overhead die met ingang van 2023 wordt verdeeld op basis van de personele kosten per taakveld, geen noemenswaardig effect geeft. De dekkingsgraad blijft daardoor op de ondergrens van 95% die we voor kostendekkende tarieven hanteren.

Kostendekking rioolheffing

Bedrag in euro's

Percentage

Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente

1.708.026

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

-103.612

Netto kosten taakveld

1.604.414

Toe te rekenen kosten:

Overhead inclusief (omslag)rente

236.118

Btw

271.807

Totale kosten

2.112.338

100%

Opbrengst heffingen

Dekking

-2.004.941

95%

Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten
Ook de tarieven voor de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten verhogen we met 6,1%. We rekenen daarnaast de lagere opbrengsten van restafval naar de afvalstoffenheffing door (+1,2%). Tenslotte verlagen we de tarieven voor de 1-persoons-, 2-persoons- en meerpersoonshuishoudens met resp. € 55, € 65 en € 75.

Door deze maatregelen neemt de dekkingsgraad (tijdelijk) af van 91% in 2022 naar 81%. Zonder de heffingskorting zou de dekkingsgraad uitkomen op 96% en valt daarmee binnen de beoogde marge van 95% tot 100%.

Kostendekking afvalstoffenheffing en reinigingsrechten

Bedrag in euro's

Percentage

Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente

4.065.109

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

-447.101

Netto kosten taakveld

3.618.008

Toe te rekenen kosten:

Overhead inclusief (omslag)rente

1.423.636

Btw

518.624

Totale kosten

5.560.268

100%

Opbrengst heffingen

Dekking

-4.514.174

81%

Lijkbezorgingsrechten
De tarieven zijn met ingang van 2022 verlaagd en gedifferentieerd. De tarieven van deze heffing blijven tot en met 2025 ongewijzigd. Voor deze heffing realiseren we de beoogde dekkingsgraad niet. Dat streven we ook niet na. In de raadsbrief van 11 mei 2021 hebben we geconstateerd dat de dekkingsgraad zich verhoudt tot die van (vrijwel) alle gemeentelijke begraafplaatsen. De dekkingsgraad is lager dan in 2022 (78%) omdat de kosten toenemen maar de opbrengsten gelijk blijven.

Kostendekking lijkbezorgingsrechten

Bedrag in euro's

Percentage

Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente

368.834

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

-77.600

Netto kosten taakveld

291.234

Toe te rekenen kosten:

Overhead inclusief (omslag)rente

113.265

Btw

-

Totae kosten

404.499

100%

Opbrengst heffingen

Dekking

-292.505

72%

Marktgelden
De tarieven zijn met 6,1% verhoogd. De dekkingsgraad komt uit op 35%. Pogingen in het verleden om de dekkingsgraad te verhogen zijn niet succesvol gebleken.

Kostendekking marktgelden

Bedrag in euro's

Percentage

Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente

25.655

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

0

Netto kosten taakveld

25.655

Toe te rekenen kosten:

Overhead inclusief (omslag)rente

3.575

Btw

4.664

Totae kosten

33.894

100%

Opbrengst heffingen

Dekking

-11.869

35%

Leges Titel I, II en III
Volgens de Gemeentewet moeten we in de begroting 2023 ook de kostendekkendheid van de leges vaststellen, op basis van de geraamde baten en lasten. De geraamde baten mogen niet hoger zijn dan de geraamde lasten. Anders gezegd: we mogen geen ‘winst’ maken op de diensten en producten die wij aanbieden (zie artikel 229b, lid 1, van de Gemeentewet). In het algemeen geldt dat we de (leges)tarieven trendmatig verhogen met 6,1% en vervolgens naar beneden afronden op € 0,05. De maximumtarieven van onder andere reisdocumenten, rijbewijzen en de Wet op de kansspelen worden door de Rijksoverheid vastgesteld.

Om de kostendekkendheid te bepalen deelden we de directe uren en de materiële kosten van de vakafdeling toe aan de producten. Uiteraard hebben we ook rekening gehouden met werkzaamheden die niet bij de leges horen. Denk aan kosteloze huwelijken, bezwaar en beroep en handhaving. Zo komt een zuivere juridische en financiële berekening tot stand. In de tabel hieronder splitsen we de kostendekkendheid van de leges per titel in hoofdstukken. Voor de diensten en producten waarvoor we in de begroting geen baten ramen, hebben we ook geen kostendekkendheidspercentage vastgesteld. Voorbeelden zijn de verstrekkingen uit het kiezersregister, vastgoedinformatie, bestuursstukken en prostitutiebedrijven. Dit is in lijn met de huidige rechtspraak. Een gemeente hoeft immers niet van alle diensten in de verordening en de tarieventabel afzonderlijk en op controleerbare wijze vast te leggen hoe ze de kosten raamt.

Recapitulatie kostendekkendheidstarieventabel Leiderdorp per belastingjaar 2023

Hoofdstuk

 

Kosten 

Waarvan de overheadcomponent

Opbrengsten

Percentage

Totaal

 

 € 909.478

 € 389.218

 € 635.106

70%

TITEL I

Algemene dienstverlening

 € 497.563

 € 187.444

 € 318.887

64%

1

Burgerlijke stand

 € 53.604

 € 18.650

 € 26.309

49%

2

Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart 

 € 106.016

 € 29.768

 € 74.237

70%

3

Rijbewijzen

 € 188.178

 € 75.394

 € 135.811

72%

4

Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen (BRP)

 € 81.927

 € 39.718

 € 36.743

45%

9

Overige publiekszaken

 € 26.359

 € 3.221

 € 7.509

28%

12

Leegstandswet

 € 135

 € 67

 € 258

191%

16

Telecommunicatie

€ 8.276

€ 4.128

€8.799

106%

17

Verkeer en vervoer

 € 29.639

 € 14.788

 € 25.465

86%

18

Diversen

 € 3.429

 € 1.710

 € 3.756

110%

TITEL II

Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning

 € 405.191

 € 198.420

 € 310.663

77%

2

Aanvraag vooroverleg/conceptaanvraag

€ 9.908

€ 4.944

€ 4.774

48%

3

Omgevingsvergunning

 € 395.283

 € 193.476

 € 312.811

79%

5/6

Teruggaaf / Buiten behandeling stellen aanvraag vergunning

€ 0

€ 0

€ -6.922

0%

TITEL III

Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

 € 6.724

 € 3.354

 € 5.556

83%

1

Horeca

 € 1.291

 € 644

 € 976

76%

2

Organiseren evenementen of markten

 € 1.734

 € 865

 € 1.230

71%

3

Overige APV-activiteiten

 € 3.005

 € 1.499

 € 2.556

85%

7

In deze titel niet benoemde vergunning of ontheffing

€ 694

€ 346

€ 794

114%

De recapitulatie laat zien dat de kostendekkendheid over de hele verordening uitkomt op 70%. We maken dus geen ‘winst’ op de diensten en producten die wij aanbieden. We overschrijden de maximale kostendekkendheidsnorm van 100% niet. De dekkingsgraad neemt ten opzichte van 2022 weer toe van 62% naar 70% (2021 was 71%) De kostendekkendheid is met ingang van 2023 bepaald met behulp van de applicatie 'Kostendekkendheid.nl'. Het totaal beeld wijzigt niet maar de directe toerekenbare kosten voor de leges én de overhead nemen t.o.v. voorgaand jaar wel af.

Zowel binnen de titels als binnen de hoofdstukken is kruissubsidiëring toegestaan. Kruissubsidiëring is het bewust hanteren van lagere legestarieven voor de ene dienst en hogere legestarieven voor de andere dienst. Binnen Titel II, de dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning, zijn de tarieven voor bouwactiviteiten met een gering aantal vierkante meters bijvoorbeeld iets minder kostendekkend dan de tarieven voor een bouwactiviteit met een significant aantal vierkante meters. Dit is een bewuste keuze, die niet afwijkt van de landelijke tendens en ook niet onredelijk is. Zoals het BBV voorschrijft, geeft de tabel apart weer welk deel van de kosten overhead is. Het betreft een opslag op het basisuurtarief (per fte). Dit zijn onder andere de kosten voor huisvesting en de ondersteunende diensten van de centrumgemeente. Dit komt overeen met de notitie overhead.

D. Opbrengsten
Het eigen belastinggebied van de gemeente omvat nu nog drie belastingsoorten (ozb, precariobelasting en toeristenbelasting) en vijf heffingen (rioolheffing, afvalstoffenheffing en reinigingsrecht, lijkbezorgingsrechten, marktgelden en leges). De totale opbrengst in 2023 is € 15,7 miljoen.

Soort

Begroting 2022 na begr.wijz.juli

Begroting 2023

Verschil

in %

1. Onroerende-zaakbelastingen

-7.666.970

-8.143.894

476.924

6,2%

2. Precariobelasting

-23.648

-24.830

1.182

5,0%

3. Toeristenbelasting

-69.581

-73.060

3.479

5,0%

4. Rioolheffing

-1.834.865

-2.004.941

170.076

9,3%

5. Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten

-4.951.863

-4.514.174

-437.689

-8,8%

6. Lijkbezorgingsrechten

-290.551

-292.505

1.954

0,7%

7. Marktgelden

-11.187

-11.869

682

6,1%

8. Leges Titel 1 - Algemene dienstverlening

-303.622

-322.142

18.520

6,1%

8. Leges Titel 2 - Omgevingsvergunning

-292.881

-310.747

17.868

6,1%

8. Leges Titel 3 - Dienstverlening overig

-18.369

-19.490

1.121

6,1%

Totaal

-15.463.537

-15.717.652

254.115

1,6%

De tabel maakt de trendmatige verhoging van 6,1% in een aantal gevallen zichtbaar. De extra verhoging van de rioolheffing, de heffingskorting op de afvalstoffenheffing en de fixatie van de lijkbezorgingsrechten lichtten we eerder al toe. De opbrengst leges (titel 1, 2 en 3) ramen we in 2023 op het structurele niveau.

E. Lokale lastendruk
De gemeentelijke woonlasten zijn het gemiddelde bedrag dat een huishouden in een bepaalde gemeente betaalt aan ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing. In de tabel hieronder vergelijken we de woonlasten van Leiderdorp met de woonlasten van andere gemeenten in 2022. 

Vergelijking lastendruk met omliggende gemeenten in 2022

Gemeente

Woonlasten
eenpersoons huishoudens

Woonlasten
meerpersoons huishoudens

Katwijk

€ 776

€ 884

Leiden

€ 875

€ 1.172

Leiderdorp

€ 944

€ 1.132

Leidschendam-Voorburg

€ 800

€ 867

Oegstgeest

€ 1.061

€ 1.244

Teylingen

€ 762

€ 782

Voorschoten

€ 1.289

€ 1.372

Wassenaar

€ 1.323

€ 1.561

Zoeterwoude

€ 1.006

€ 1.024

Vergelijking lastendruk met gemeenten met vergelijkbaar aantal inwoners in 2022

Gemeente

Inwoneraantal (2022)

Woonlasten
eenpersoons huishoudens

Woonlasten
meerpersoons huishoudens

Ermelo

27.258

€ 1.098

€ 1.183

Gilze en Rijen

26.557

€ 653

€ 683

Kaag en Braassem

27.895

€ 1.008

€ 1.037

Leiderdorp

27.464

€ 944

€ 1.132

Nieuwkoop

29.304

€ 940

€ 1.051

Waddinxveen

33.342

€ 909

€ 935

Zaltbommel

29.967

€ 939

€ 954

Bron: www.coelo.nl

Vergelijking lokale lastendruk over vier jaar

Soort huishouden

2019

2020

2021

2022

Eenpersoons in €

€ 738

€ 777

€ 799

€ 944

Meerpersoons in €

€ 946

€ 981

€ 982

€ 1.132

F. Kwijtscheldingsbeleid
Niet iedere inwoner van Leiderdorp kan de gemeentelijke belastingen betalen. Dan kunnen inwoners kwijtschelding aanvragen. Iedereen met een inkomen op bijstandsniveau en zonder vermogen kan in aanmerking komen voor kwijtschelding van de lokale lasten.

De BSGR beoordeelt de aanvragen voor kwijtschelding. De medewerkers kijken of de belastingcapaciteit van de burger inderdaad onvoldoende is om de gemeentelijke belastingen te betalen. De BSGR kan alleen kwijtschelding verlenen van de onroerendezaakbelastingen, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. In de praktijk komt vooral kwijtschelding van de afvalstoffenheffing en rioolheffing voor. Om de belastingcapaciteit van een burger te berekenen, nemen ze zijn vermogen, zijn netto besteedbaar inkomen en verschillende door het Rijk vastgestelde normbedragen mee. Ook voert het inlichtingenbureau (IB) een geautomatiseerde toetsing van het recht op kwijtschelding uit. Met deze toetsing willen we de administratieve lasten voor de burgers verlagen en de afhandeltermijnen verkorten.

Ga naar boven