Gemeente Leiderdorp

U bent hier: HomeFinanciële begrotingOverzicht van baten en...B: Grondslagen voor de begroting

Download als pdf

Zelf je pdf samenstellen

Geselecteerde pagina's: 0

B: Grondslagen voor de begroting

Als basis voor de begroting 2020 hebben we de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  1. De begroting 2019, inclusief de meerjarenraming 2020-2022 van de gemeente Leiderdorp na wijziging.
  2. De financiële kadernota 2020-2023.
  3. De effecten van de meicirculaire gemeentefonds, zoals uiteengezet in de raadsbrief van 5 juni 2019.
  4. Effecten van tussentijdse besluitvorming en nieuwe ontwikkelingen.

Algemene uitkering gemeentefonds
Bij de berekening van de algemene uitkering voor de meerjarenraming zijn we uitgegaan van de uitkeringsfactor op basis van constante prijzen. De algemene uitkering is gebaseerd op de meicirculaire van 2019.

Indexering baten
In maart 2019 is het Centraal Economisch Plan 2019 van het CPB gepubliceerd. In de kerngegevenstabel is het verwachte indexeringspercentage opgenomen dat wij aanhouden voor de indexering van de inkomsten van de gemeente Leiderdorp. De nationale consumentenprijsindex (cpi) bedraagt voor 2020 1,5%. Voor 2019 bedraagt het CPI 2,4% terwijl bij de begroting 2019 nog 2,5% werd verwacht. Voorgesteld wordt nu om de inkomsten in de begroting te verhogen met 1,4%, te weten 1,5% plus de correctie voor 2018 van -0,1%. Op deze wijze wordt de indexering op het meest actuele beeld gebaseerd.

Indexering lasten
Het is gebruikelijk om de personele budgetten in de begroting jaarlijks te laten meegroeien met de feitelijke loonkostenontwikkeling. De laatst CAO gemeenten liep tot 31 december 2018. Voor de begroting gaan wij uit van de ontwikkeling zoals die ook door het Centraal Planbureau werd verwacht voor de loonkosten van 4,0%. De financiële gevolgen van het principe-akkoord voor de CAO gemeenten van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020 vallen ongeveer 1,0% hoger uit. Bij opstelling van de begroting zijn de personele budgetten t.o.v. de verwachtingen bij de kadernota 2020-2023 extra verhoogd.

De budgetten voor de materiële lasten worden met ingang van 2018 in de begroting geïndexeerd met het percentage voor de prijsontwikkeling van de netto materiële overheidsbestedingen (imoc) zoals deze in het Centraal Economisch Plan van het CPB zijn gehanteerd. Het percentage voor 2019 is gelijk aan het percentage dat voor de begroting 2019 is gebruikt. Een correctie voor dat jaar is dan ook niet nodig. De indexering voor 2020 komt op 1,5%. Voor de indexering van verstrekte subsidies is aansloten bij dit percentage.

Voor de indexering van de bijdragen aan de meeste gemeenschappelijke regelingen volgen wij de afspraken die met de regio-gemeenten zijn gemaakt in de werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen.

Areaalontwikkeling
De budgettaire effecten als gevolg van areaalontwikkeling voor woningen en niet woningen zijn meegenomen in de kadernota 2020-2023. Voor areaalontwikkeling is geen wijziging in de beheerskosten van de openbare ruimte doorgevoerd omdat die ontwikkeling al bij de opstelling van de beheerplannen 2020 en verder was meegenomen.

Indexatie
De indexatie is als volgt toegepast:

onderdeel

ten opzichte van de begroting 2019 hebben we een indexatie toegepast van:

Uitgaven

Personeelslasten

4,0%-stijging (kadernota) + 0,9% (CAO 2019-2020)

Overige uitgaven

1,5%-stijging

Inkomsten

Ozb

1,4%-stijging

Afvalstoffen/reiniging

1,4%-stijging

Riolering

1,4%-stijging + 3,0%-stijging op basis van het vGRP

Leges

1,4%-stijging

Overige inkomsten

1,5%-stijging

Belastingen en heffingen
Zoals gebruikelijk zullen we de tarieven ter besluitvorming voorleggen. Dit doen we in de raadsvergadering van december 2019. Daarbij nemen we de tarieven waarvoor landelijk een maximum is vastgesteld uiteraard in ogenschouw. De trendmatige verhoging van de lokale lasten en die van de leges in 2020 hebben we op 1,4% vastgesteld in de financiële kadernota. Meer specifiek merken we het volgende op:

  • Onroerendezaakbelasting (ozb). De exacte tarieven zijn nu nog niet bekend. Deze bieden we u ter vaststelling aan voor de raadsvergadering van december, zodat de tarieven op basis van de recentste Woz-waarden berekend kunnen worden.
  • Afvalstoffenheffing. De tarieven indexeren we met 1,4%. De definitieve tariefvaststelling is in de raad van december 2019 als een besluit plaatsvindt over de geactualiseerde belastingverordeningen 2019.
  • Rioolheffing. De tarieven indexeren we met 1,4%. De gemeenteraad heeft het geactualiseerde Integraal Waterketenplan (IWKp) in 2019 vastgesteld. Op basis van dat plan verhogen we de rioolheffing jaarlijks met 3,0% extra.
Ga naar boven