Gemeente Leiderdorp

U bent hier: HomeBeleidsbegrotingParagrafenParagraaf 4: Financiering

Download als pdf

Zelf je pdf samenstellen

Geselecteerde pagina's: 0

Paragraaf 4: Financiering

Inleiding
In de paragraaf financiering lichten we de financieringsfunctie van de gemeente Leiderdorp voor de jaren 2020-2023 toe. We geven de algemene ontwikkelingen en de ontwikkelingen in de gemeente Leiderdorp. De algemene ontwikkelingen betreffen de renteontwikkelingen en de wet- en regelgeving. De ontwikkelingen in de gemeente Leiderdorp omvatten de renterisiconorm, de kasgeldlimiet en de financiering van de gemeente.

Algemene ontwikkelingen

Renteontwikkelingen­
Het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) bepaalt grotendeels de rente op de geld- en kapitaalmarkt. Het belangrijkste rentetarief van de ECB - de herfinancieringsrente - ging in 2016 naar 0% en bleef sindsdien ongewijzigd. Eind 2018 staakte de ECB het in 2015 gestarte opkoopprogramma van obligaties om de inflatie aan te jagen. Hierdoor komt minder geld in de economie, wat weer tot een hogere rente kan leiden. Vooralsnog is dit niet gebeurd. De kans bestaat dat de ECB de rente nog verder gaat verlagen. Vooralsnog houden wij - uit voorzichtigheid - in deze begroting rekening met een stijgend rentepercentage.

Naast het beleid van de ECB zijn ook andere macro-economische effecten van belang voor de renteontwikkeling. Denk aan de rente in de Verenigde Staten en de Brexit.

Hieronder staan de rentepercentages waarmee wij rekenen voor de nieuw aan te trekken leningen. Om het renterisico zoveel mogelijk te beperken, hebben we bewust gekozen voor een hoger rentepercentage dan waar de banken in hun rentevisie van uitgaan. Daarbij hanteren we als uitgangspunt de actuele rente per mei 2019.

Renteontwikkelingen

Omschrijving

2019

2020

2021

2022

2023

Rente kapitaalmarkt1

1,00%

1,50%

2,00%

2,50%

3,00%

Rente geldmarkt

0,00%

0,50%

0,50%

1,00%

1,00%

  1. 1Op basis van een lening met een looptijd van 10 jaar, rentevast en aflossing in gelijke delen. De rentepercentages komen voort uit een rentevisie, die mede tot stand is gekomen op basis van de rentevisies van een aantal financiële instellingen (BNG, ING en ABN-AMRO).

Ontwikkelingen gemeente Leiderdorp

Beleidsvoornemen treasury
In de financiële verordening 2018 (Z/17/052909/101314 van14 november 2017) bepaalde de raad de kaders voor de treasuryfunctie.
Het beleid van onze gemeente is gericht op afdekking van de financieringsbehoefte met kortlopende financiering. Want de rente op de kortlopende middelen is in het algemeen lager dan de rente op langlopende middelen. We houden daarbij rekening met de kasgeldlimiet: de gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, mag niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal uitkomen. Gezien onze rentevisie, die ervan uitgaat dat de rente op de middellange termijn op een historisch laag niveau zal blijven, kunnen we voorlopig aan deze strategie vasthouden. Zodra de rentevisie wijzigt in een stijgende rente op korte termijn, kunnen we overwegen om een groter deel van de financieringsbehoefte af te dekken met langlopende leningen.

Risicobeheer
Voor de beheersing van de renterisico’s gelden twee concrete richtlijnen: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm (beide benoemd in de Wet fido).

De kasgeldlimiet ­
De gemiddelde vlottende schuld van een gemeente mag, over drie maanden gezien, niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal uitkomen. De kasgeldlimiet heeft het volgende verloop:

  • Kasgeldlimiet 2018 € 5,5 miljoen
  • Kasgeldlimiet 2019 € 6,0 miljoen
  • Kasgeldlimiet 2020 € 5,9 miljoen

De tabel hieronder laat de ontwikkeling van de kasgeldlimiet over het afgelopen jaar zien (kwartaal 3 en 4 van 2018 en kwartaal 1 en 2 van 2019):

Kasgeldlimiet

Omschrijving

Gemiddelde netto vlottende schuld

Kasgeldlimiet

Ruimte (=+) of Overschrijding

derde kwartaal 2018

-841

5.486

6.327

vierde kwartaal 2018

1.163

5.486

4.323

eerste kwartaal 2019

3.589

6.027

2.438

tweede kwartaal 2019

4.282

6.027

1.745

Bedragen x € 1.000

In de afgelopen periode overschreden we de kasgeldlimiet niet. Volgens de Wet fido moet de toezichthouder (de provincie) ontheffing verlenen voor een overschrijding van meer dan twee kwartalen. Dit was voor onze gemeente niet nodig.

De renterisconorm ­
De jaarlijkse aflossingen op en renteherzieningen van de langlopende schuld mogen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. In de tabel hieronder staat de verwachte ontwikkeling van de renterisiconorm voor de komende jaren:

De renterisiconorm

Nr.

Omschrijving

2019

2020

2021

2022

2023

1

Begrotingstotaal

70.9071

79.016

61.545

61.037

60.821

2

Wettelijk percentage

20%

20%

20%

20%

20%

3

Renterisiconorm (1x2)

14.181

15.803

12.309

12.207

12.164

4

Renteherzieningen

0

0

0

0

0

5

Aflossingen

2.024

2.024

2.024

2.024

2.024

6

Bedrag waarover renterisico gelopen wordt (4+5)

2.024

2.024

2.024

2.024

2.024

7

Ruimte onder renterisiconorm (3-6)

12.157

13.779

10.285

10.183

10.140

  1. 1Voor betreffende jaar betreft dit de primitieve begroting. De primitieve begroting is de basis voor de verantwoording op de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Bedragen x € 1.000

De hoogte van de langlopende leningen waarover we de komende jaren een renterisico lopen blijft ruimschoots binnen de wettelijke norm (Wet fido).

De leningenportefeuille ­
In 2020 verwachten we € 23 miljoen aan langlopende leningen aan te trekken. Met de exploitatielasten van de leningen hebben we in de exploitatiebegroting rekening gehouden.

De leningportefeuille

Omschrijving

2019

2020

2021

2022

2023

Stand 1 januari

17.434

21.933

43.198

48.039

55.201

Nieuwe leningen

6.523

23.289

6.865

9.186

5.285

Reguliere aflossingen

2.024

2.024

2.024

2.024

2.024

Stand per 31 december

21.933

43.198

48.039

55.201

58.462

Rentelasten

436

529

723

887

1.106

Bedragen x € 1.000

Rentemethodiek en renteresultaat

De toerekening van de rentelasten doen we volgens de rente-omslagmethode. Het totaal van de rentelasten wordt ‘omgeslagen’ over het geheel van de investeringen. De rentelasten zijn het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen en de kortlopende financiering minus de renteopbrengsten van overtollige middelen.

Met de rente-omslagmethode rekenen we de rentelasten volgens de stand van de investeringen toe aan de taakvelden in de programmabegroting. We gaan ervan uit dat de gehanteerde omslagrente een reëel percentage is. Zodra de afwijking tussen de gehanteerde omslagrente en de werkelijk rentelast groter wordt dan 0,5%, moeten we de gehanteerde omslagrente aanpassen.

Renteresultaat

Betaalde rente over de korte en lange financiering

621

Doorberekend aan grondexploitatie

29

Aan taakveld toe te rekenen

650

Aan taakveld toegerekende omslagrente

-652

Resultaat taakveld treasury

-1

Voor de doorberekening van de rentelasten hanteren we met ingang van 2018 een interne rente van 0,75%. De interne rekenrente gebruiken we voor rentetoerekening aan investeringen. Voor de rentetoerekening aan de grondexploitaties bestaat een specifiek berekend rentepercentage. Dat percentage is 1,56%. Overigens is in de GIG 2018 gerekend met 1,85% . Dat is het percentage dat voor 2017 achteraf is bepaald voor de toerekening aan de grondexploitaties. In de begroting 2020 worden deze percentages weer op elkaar aangesloten.

Uit het gepresenteerde voordeel van € .000 blijkt dat de gehanteerde omslagrente van 0,75% een fractie hoger is dan het werkelijke percentage. We berekenen dus € .000 meer rente door naar de activa, dan we daadwerkelijk betalen aan de geldverstrekkers. Het verschil bevindt zich ruim binnen de gestelde bandbreedte. Dat betekent dat we een reëel rentepercentage toerekenen aan de activa.

Kredietrisicobeheer
De gemeente Leiderdorp heeft voor een aantal zaken een overeenkomst met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Voorbeelden zijn een rekening-courantovereenkomst en het aantrekken en uitzetten van kort en lang geld. Overtollige middelen houden we aan bij de agent van het ministerie van Financiën (schatkistbankieren).

Relatiebeheer
Onze bancaire partijen voldoen aan de eisen die de wet aan hen stelt. Beoordeling vindt plaats bij het aangaan van de relatie en jaarlijks bij het opstellen van de jaarrekening. Offertes vragen we op bij verschillende instanties, zoals de financiële verordening het voorschrijft.

Geldstromenbeheer
De geldstromen lopen hoofdzakelijk via de BNG. De saldi op de ING-rekeningen boeken we zoveel mogelijk over naar de rekening bij de BNG. We werken met een liquiditeitsbegroting die we halfjaarlijks actualiseren. De grondexploitatie zorgt voor de grootste onzekerheden rond de inkomende en uitgaande geldstromen.

Ga naar boven